Ga naar inhoud

Financiële Prognose

Hoe ontwikkelt een stichting+BV-combinatie zoals Epistola zich financieel over de eerste vijf jaar? Veel hangt af van adoptietempo, gemiddelde gemeentegrootte en personeelsgroei. Onderstaande simulatie laat je aan de aannames schuiven.


De stichting is effectief een vehicle om onderhoud op Epistola te financieren. Ze ontvangt licentie- en afdrachtinkomsten, betaalt daarmee het ontwikkel- en onderhoudswerk (uitbesteed, primair aan Epistola BV), houdt admin laag, en wat overblijft gaat naar reserve en investeringen die het ecosysteem versterken.

Gemeenten betalen niet rechtstreeks aan de stichting. Ze contracteren met een preferred supplier — een gecertificeerde leverancier die licentie, hosting en diensten in één offerte aanbiedt. Epistola BV is zelf één van die preferred suppliers, naast eventueel derde partijen.

De supplier doet drie dingen tegelijk:

  1. Levert diensten aan de gemeente (hosting, support, training, consultancy) — hier zit zijn omzet
  2. Belast de licentie door naar de gemeente, met een maximale marge erbovenop — die marge blijft bij de supplier
  3. Draagt de licentie-afdracht en de jaarlijkse certificeringsbijdrage af aan de stichting

De stichting heeft zelf geen personeel. Voor het ontwikkel- en onderhoudswerk besteedt ze uit aan één of meer leveranciers — onder cost-plus pricing. Epistola BV is dan de meest voor de hand liggende partij vanwege diepe platformkennis, maar de stichting kan dat werk ook (deels) bij andere preferred suppliers beleggen. Voor de BV is platform-onderhoud daarmee één inkomstenbron naast haar dienstverlening aan gemeenten, geen vanzelfsprekendheid.

Ook de BV werkt cost-plus. Dat betekent: BV’s totale jaaromzet (uit onderhoud + externe dienstverlening) ≈ BV’s totale jaarkosten. Hoe meer de BV zelf uit gemeenten ophaalt, hoe minder de stichting hoeft bij te dragen aan het onderhoudsbudget. De simulator rekent zo: stichting-onderhoud = BV-totalskosten − BV-externe omzet.

De simulatie hieronder gaat er voor de eenvoud van uit dat al het platform-onderhoud door de BV wordt gedaan. In de praktijk kan het werk verdeeld worden; de totale stichting-uitgave blijft hetzelfde, alleen de BV-inkomsten verschuiven dan deels naar andere leveranciers.

flowchart LR
    G["🏘️ Gemeenten"]
    PS["🏢 Preferred Supplier<br/>(Epistola BV of derde)"]
    SAAS["☁️ SaaS-aanbieder<br/>(ook een supplier)"]
    S["🏛️ Stichting"]
    BV["🏢 Epistola BV<br/>als platformbouwer"]

    G -->|"Licentie + diensten<br/>(één factuur)"| PS
    G -->|"Multi-tenant abonnement"| SAAS
    PS -->|"Licentie-afdracht<br/>+ certificering"| S
    SAAS -->|"Per-document afdracht<br/>+ certificering"| S
    S -->|"Onderhoudsbudget<br/>(cost-plus)"| BV

    style S fill:#e1f5fe
    style BV fill:#fff3e0
    style G fill:#f1f8e9
    style SAAS fill:#fce4ec
    style PS fill:#fce4ec

De simulatie modelleert de stichting en de BV als aparte cash-flows. De BV is structureel break-even (cost-plus). De interessante dynamiek zit aan de stichting-kant: dekken de afdrachten vanuit de suppliers het BV-onderhoudsbudget plus de admin-overhead?


De berekening gebruikt:

  • De licentietabel uit Model 2 als basis voor de licentie-inkomsten
  • Schaalvoordeel-staffel (10+ gemeenten: −5%, 20+: −10%, 35+: −15%)
  • Certificeringsbijdrage van €1.000 per preferred supplier per jaar
  • SaaS-aanbieders dragen een vast bedrag per gegenereerd document af (slider in k€/jaar)
  • BV-kosten = FTE × kosten per FTE × overhead-factor (default 1,30)
  • Initiële investering om het tekort in jaar 1–2 op te vangen

De cijfers zijn projecties, geen voorspellingen. Ze laten zien hoe gevoelig de uitkomst is voor de aannames — niet wat er gebeurt.


⚠️ Work in progress — niet indicatief voor de realiteit

Deze calculator is een denkgereedschap, geen prognose. De getallen, formules en aannames zijn nog in beweging en bedoeld om gesprekken over het financiële model te ondersteunen. Verwacht geen accurate voorspellingen — kijk naar de richting en de gevoeligheden, niet naar de exacte uitkomsten.

📈 5-jaars financiële simulatie

Twee aparte prognoses: één voor de stichting (gedreven door ecosysteem-groei en eigen budgetkeuzes) en één voor de BV (afhankelijk van wat de stichting uitbesteedt en welk marktaandeel de BV pakt onder gemeenten).

🏛️ Stichting Prognose

Adoptie & ecosysteem-groei
Gemeenten betalen de volledige contractduur vooruit en vernieuwen daarna. Bij 1 jaar = puur jaarlijks model.
Afdracht per gegenereerd document naar de stichting. Range €0,001–€0,10.
Gemiddeld aantal documenten per SaaS-aanbieder. Bij 500.000 = ±1.400/dag.
Stichting-uitgaven
Basis-onderhoud (security, deps, infra, bugs). Uitbesteed onder cost-plus.
Proactieve productevolutie. Standaard €0 in de opbouwfase — features worden gefinancierd zodra de stichting structureel positief draait.

📈 Stichting inkomsten per jaar

Actief = totaal aantal deelnemende gemeenten (bepaalt schaalkorting). Betalend = gemeenten die dit jaar afrekenen: nieuwe aansluitingen plus renewals van cohorten waarvan het meerjarige contract afloopt. Licentie-cash = betalend × contractduur × tarief, dus de kasstroom is lumpy en de renewal-golf is zichtbaar.

Jaar Actief Betalend Suppliers SaaS Licenties Certificering Per-document Totaal in

📉 Stichting uitgaven per jaar

Jaar Onderhoud Features Admin Totaal uit

⚖️ Stichting resultaat per jaar

Jaar Inkomsten Uitgaven Resultaat Cumulatief

Inkomstenstreams over 5 jaar (gestapeld)

Licenties Certificering Per-document

🏢 BV Prognose

BV ontvangt budgetten van de stichting (zie boven) en concurreert om gemeente-diensten als één van de preferred suppliers. Hieronder zie je hoe BV's positie afhangt van het ecosysteem.

BV in het ecosysteem
BV is de meest voor de hand liggende partij voor platform-onderhoud, maar de stichting kan delen aan andere suppliers uitbesteden.
Hoeveel gemeenten BV als preferred supplier kiezen in jaar 1. Onafhankelijk van het totaal aantal stichting-gemeenten.
Multiplicatieve groei (ecosysteem-flywheel). Bij 50% groeit 2 → 3 → 5 → 7 → 10. BV-klanten worden gecapt op het totaal aantal stichting-gemeenten.
BV operationele parameters
Training, consultancy, dienstverlening, marge op licentie. Cost-plus.
Hoeveel gemeenten één FTE redelijkerwijs kan bedienen. Bepaalt samen met de klantenbasis hoeveel FTE de BV minimaal moet hebben (naast een minimum van 2).

📈 BV inkomsten per jaar

Jaar BV-klanten (van totaal) FTE Van stichting (onderhoud) Van stichting (features) Van gemeenten Totaal in

📉 BV uitgaven en resultaat

Twee perspectieven op FTE: budget-FTE = wat het beschikbare budget toelaat (conservatief afgerond naar beneden); demand-FTE = wat operationeel nodig is op basis van de klantenbasis (minimaal 2). De BV kiest de hogere van de twee. Als demand-FTE het budget overstijgt, wordt het resultaat negatief — een signaal dat de cost-plus pricing op het huidige niveau niet sluit.

Jaar Inkomsten Kosten/FTE Budget-FTE Demand-FTE Gekozen FTE FTE-kosten Resultaat

Wel:

  • Bij welk adoptie-tempo het platform structureel zelfvoorzienend wordt
  • Hoe groot de initiële investering moet zijn om jaar 1–2 te overbruggen
  • Wanneer overwinst beschikbaar komt om terug te laten vloeien naar klanten, stichting en open source-bijdragen
  • De drie inkomstenstromen voor de stichting: vaste licenties, SaaS per-document afdracht, certificeringsbijdragen
  • De stichting→BV-stroom expliciet als onderhoudsbudget (cost-plus break-even voor de BV)

Niet:

  • Eenmalige kosten zoals juridische oprichting, eerste certificeringsaudits of platform-bootstrap-werk
  • Operationele risico’s (uitval van een grote klant, security-incident, regulatoire wijzigingen)
  • Deze simulatie modelleert de geborgde situatie via de licentie (antwoord 2 op de kernvraag). De andere borging — een GIBIT-onderhoudsbijdrage (antwoord 1) — levert een vergelijkbare inkomstenbasis maar is hier niet apart doorgerekend
  • BV-omzet uit directe diensten aan gemeenten (de BV is ook preferred supplier; die omzet komt overeen met extra BV-kosten en is dus cost-plus break-even)
  • Belasting, btw, terugbetalingsstromen aan investeerders (ROI-cap)

Een paar combinaties van aannames die het verkennen waard zijn:

  • Conservatief: 3 gemeenten in jaar 1, +5 per jaar, Klein-bracket (≈€1.800), 2 FTE start + 2 per jaar, 1 preferred supplier
  • Baseline: 5 gemeenten, +8 per jaar, Mid-bracket (€4.500), 2 FTE + 3 per jaar, 3 preferred suppliers
  • Optimistisch: 10 gemeenten in jaar 1, +15 per jaar, Mid-bracket, 3 FTE + 4 per jaar, 5 preferred suppliers, €50k/jaar SaaS-afdracht

In elk scenario verschuift het break-even-moment, de benodigde investering en het moment waarop overwinst beschikbaar komt.


Discussie

Vragen, aanvullingen of tegenargumenten? Laat het achter. Reageren kan met een GitHub-account; selecteer een passage door deze in je reactie te citeren.